
Prioriteiten van de uitrukken
Er worden 3 prioriteiten van uitrukken onderscheiden.
Prioriteit 1
Prioriteit 2
Prioriteit 3
De centralist van de alarmcentrale stelt als eerste de prioriteit van de eerst
uitrukkende voertuigen vast.
De hoogst leidinggevende (bevelvoerder, officier van dienst) is bevoegd om deze
prioriteit bij te stellen.
Deze dient een bijstelling van de prioriteit altijd te melden aan de
alarmcentrale.
Op het moment dat een leidinggevende (de bevelvoerder of de officier van dienst)
ter plaatse van het incident aanwezig is, stelt de hoogst leidinggevende de
prioriteit van de overige uitrukkende voertuigen vast.
Prioriteit 1 (dringende taak):
Een uitruk waarvan de centralist van de alarmcentrale vindt dat er sprake is van
een dringende taak.
De uitrukkende voertuigen hebben toestemming van de alarmcentrale om zich als
voorrangsvoertuig door het verkeer te begeven.
De bevelvoerder is echter bevoegd om te beslissen om geen gebruik te maken van
deze toestemming.
Wanneer de bevelvoerder daartoe besluit (er is dan dus geen sprake van een
voorrangsvoertuig), zal deze dit melden aan de alarmcentrale.
Prioriteit 2 (noodzaak om ter plaatse te komen):
Een uitruk zonder dringende taak, maar met een noodzaak om ter plaatse te komen
waarbij gebruik gemaakt mag worden van de vrijstellingen die de minister aan de
brandweer heeft verleend (er is dan nog geen sprake van een voorrangsvoertuig).
De uitrukkende voertuigen hebben geen toestemming van de alarmcentrale om zich
als voorrangsvoertuig door het verkeer te begeven.
De bevelvoerder van een voertuig is bevoegd om gebruik te maken van één of meer
vrijstellingen voor het uitvoeren van werkzaamheden waarbij geen sprake is van
een voorrangsvoertuig.
De bevelvoerder van een voertuig is op grond van ervaring en plaatselijke
bekendheid bevoegd om te beslissen dat er toch sprake is van een dringende taak
en op te schalen naar een prioriteit 1 uitruk.
Wanneer de bevelvoerder daartoe besluit (er is dan dus sprake van een
voorrangsvoertuig), zal deze dit melden aan de alarmcentrale.
Prioriteit 3 (overige uitrukken):
Alle overige uitrukken.
De uitrukkende voertuigen mogen geen gebruik maken van optische en
geluidssignalen en evenmin van een vrijstelling.
Zij dienen zich aan alle verkeersregels te houden die ook voor het overige
verkeer gelden.