Kleding en brand


We denken allemaal dat een kledingbrand ons niet overkomt. Toch overlijden er elk jaar gemiddeld vijf mensen door kleding die thuis in brand is geraakt en worden er meer dan 80 mensen opgenomen in het ziekenhuis of het brandwondencentrum.

Onze dagelijkse kleding is niet gemaakt en bestemd om ons te beschermen tegen vuur en vlammen. Brandende kleding is vrijwel nooit de oorzaak van een woningbrand, maar kan wel zorgen voor ernstige brandwonden. Het ene kledingstuk ontvlamt sneller dan het andere of verspreidt de vlammen sneller over het hele kledingstuk en dus ook over de huid.

De oorzaken van kledingbrand zijn zeer divers van aard. Meestal vat de kleding brand omdat de drager in contact kwam met de gaspit van het fornuis, een kaars of een waxinelichtje. Ook een plotselinge steekvlam bij het aansteken van de oven, de geiser of de barbeque kan tot kledingbrand leiden.

Vaak ontstaan kledingbranden door gewone menselijke fouten. Vooral tijdens alledaagse bezigheden in bijvoorbeeld de keuken. Berucht is de mouw van een wijdvallende ochtendjas die in contact komt met een brandende gaspit.

De brandbaarheid van textiel hangt af van een aantal factoren:

* VEZELS: De brandbaarheid hangt in de eerste plaats af van de vezels die erin zijn verwerkt. Plantaardige vezels als katoen en linnen ontvlammen eerder dan een dierlijk vezel zoals bijvoorbeeld wol.

Kunststofvezels als polyester en polyamide zijn moeilijk ontvlambaar maar kunnen na contact met vuur een gloeiend hete smeltdruppel veroorzaken die in de huid brandt.

Sommige combinaties van kunststof en plantaardige vezels zijn gemakkelijk ontvlambaar en verspreidt bovendien smeltdruppels.

* STRUCTUUR: Voor het ontstaan van brand is zuurstof nodig. Open geweven stoffen, waar de zuurstof uit de lucht gemakkelijk bij kan, ontvlammen eerder en de vlammen verspreiden zich sneller, dan bij dicht geweven stoffen.

* VORMGEVING: Grote plooien in wijdvallende kleding werken als schoorstenen. Daardoor kunnen de vlammen zich snel naar boven verspreiden. Bovendien komt wijdvallende kleding sneller in aanraking met vuur dan kleding die strak zit.

Vuil, waspoederresten en uitdroging kunnen de ontvlambaarheid van met name oude textielsoorten vergroten.

De wet:

De Warenwet vereist dat van alle textielartikelen altijd bekend is uit welke vezels ze zijn samengesteld. Dit staat meestal op een ingenaaid etiket.

In het nieuwe Warenwetbesluit brandveiligheid van kleding, nachtkleding en verkleedkleding is vastgelegd dat onderscheid wordt gemaakt tussen zeer brandgevaarlijk textiel en brandgevaarlijk textiel. Dit houdt in:

* Een handelsverbod op zeer brandgevaarlijk textiel, nachtkleding (voor volwassenen en kinderen) en brandgevaarlijke kindernachtkleding (t/m maat 176)

* Onder nachtkleding wordt verstaan alle kleding waarvan redelijkerwijs te verwachten is dat zij in verband met het slapen worden gebruikt, zoals nachtjaponnen, pyjama’s, ochtendjassen, dusters en badjassen.

Onder verkleedkleding voor volwassenen wordt verstaan vermommingkostuums voor een leeftijd vanaf 14 jaar.

* Er is een etiketteringeis.