
Voorkom autobrand
Maatregelen om een autobrand te voorkomen of te beperken:
Zorg voor een goed afsluitbare dop op de benzinetank, hierdoor is de kans
kleiner dat de dop bij een botsing losraakt en er benzine uit de tank stroomt;
Laat bij het vullen van de brandstoftank altijd ca. 10% (bij LPG ca. 20%) vrij.
Hierdoor is er ruimte over om eventuele uitzetting van de brandstof op te vangen
(dit geldt ook voor jerrycans);
Laat bij de onderhoudsbeurten ook de elektrische bedrading en de
brandstofleidingen controleren;
Installeer een goede brandblusser (zie hieronder) in de auto op een plaats waar
deze binnen handbereik is;
Zorg voor de aanwezigheid van een wollen plaid. Hiermee kan een beginnende brand
in de kiem gesmoord worden.
Een brandblusser in de auto:
Een geschikte brandblusser voor een auto is er een met een
minimale inhoud van 2 kilo ABC poeder.
Verder moet u op het volgende letten:
De blusser moet voorzien zijn van een rijkskeurmerk ten teken dat de blusser op
veiligheid is gecontroleerd;
U moet de blusser kunnen bedienen met een zogeheten "knijpventiel", hiermee kan
de blusstraal worden onderbroken;
Een korte slang met spuitmond wordt aanbevolen zodat u ook de moeilijkste
hoekjes van de auto kunt bereiken ;
De druk van de blusser moet controleerbaar zijn;
Laat de blusser eens per jaar controleren door de leverancier.
Neem bij gebruik van de blusser de volgende maatregelen:
Zet de motor af, laat de passagiers uitstappen en trek de motorkapvergrendeling
open;
Bepaal de plaats van de brand en blus zo gericht mogelijk;
Blus, indien mogelijk, met meerdere blussers tegelijk;
Open portieren of motorkap nooit verder dan nodig is om de blusstraal te
richten. Sluit ze onmiddellijk na het blussen weer;
Controleer of er vuur onder de auto is. Gebruik zand om wegstromende brandstof
te blussen;
Laat de blusser indien mogelijk na gebruik controleren en vullen.